Veranderingen in de positie en vorm van het brein
Recente studies naar de gezondheidsimpact van ruimtevluchten tonen aan dat de hersenen van astronauten na terugkomst in de aarde verschuiven. Het onderzoek wijst uit dat het brein zich “omhoog en achteruit binnen de schedel” beweegt, waarbij vooral de sensorische en motorische gebieden de grootste verschuiving laten zien.
Volgens de publicatie in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences benadrukken de onderzoekers dat er ook niet-lineaire laterale vervormingen plaatsvinden. Deze vervormingen variëren tussen de bovenste en onderste delen van de hersenen, wat aangeeft dat de veranderingen regionaal en complex zijn.
Onderzoeksmethoden en vergelijking met civiele deelnemers
De studie omvatte MRI-scans van 26 astronauten vóór en na hun verblijf in de ruimte. Deze resultaten werden vergeleken met scans van 24 civiele deelnemers die op aarde werden onderworpen aan een langdurige bedrust met hoofd naar beneden. Beide groepen vertoonden veranderingen in hersenpositie en vorm, maar de astronauten lieten de grotere verschuiving omhoog zien.
Langdurige effecten en verdere studies
Het onderzoek concludeert dat hoewel de meeste hersenvormveranderingen binnen zes maanden na de vlucht weer afnamen, enkele afwijkingen blijvend waren. Het is noodzakelijk om de implicaties van deze hersenverplaatsingen en vervormingen beter te begrijpen, omdat ze potentiële invloed kunnen hebben op de gezondheid en het functioneren van astronauten.
Rachael Seidler, hoogleraar in de toegepaste fysiologie en kinesiology aan de Universiteit van Florida en co-auteur van de studie, stelde dat er meer onderzoek nodig is om deze veranderingen en hun impact te begrijpen. Dit is essentieel om de veiligheid en het welzijn van astronauten te waarborgen en hun lange termijn gezondheid te beschermen.
De invloed van duur van ruimtevaartuigen op hersenveranderingen
Wat betreft de relatie tussen de duur van het verblijf in de ruimte en de hersenveranderingen, verklaarde professor Seidler dat de grootste verschuivingen werden waargenomen bij degenen die een jaar in de ruimte verbleven. Hoewel er ook bij deelnemers die twee weken in de ruimte waren enige veranderingen zichtbaar waren, lijkt de duur van de missie de belangrijkste factor te zijn in de mate van hersenadaptatie.



